Selecteer een pagina

Weet u het nog? Op 3 maart 2015 maakte het TV programma Eén Vandaag een rapportage over PGB houders (budgethouders) die zorg inkochten bij de door hen gekozen zorginstelling (o.a. stichting Me Care) en dit geld nu terug moesten betalen. Het besteedde budget zou niet aan de juiste (toen nog) AWBZ zorg zijn besteed. Het gevolg laat zich raden; een toch al kwetsbare groep mensen die plotseling diep in de schulden zat want het ging vaak om tienduizenden euro’s.

Nadat alle bezwaren door het zorgkantoor waren afgewezen zijn de budgethouders in beroep gegaan bij de rechtbank. Ook bij de bestuursrechter zag het er voor de budgethouders echter somber uit; vele budgethouders kregen ongelijk en moesten nog steeds alles terugbetalen. Met het wettelijk uitgangspunt: “de budgethouder blijft altijd verantwoordelijk voor de besteding van het PGB” kon de bestuursrechter ook niet heel veel anders oordelen maar het is duidelijk dat in deze gevallen het recht iets anders is dan rechtvaardigheid.
Immers, de budgethouders zijn vrijwel allemaal mensen met uiteenlopende psycho-sociale problematiek. Zij lieten de verantwoording van het door hen ingezette PGB volledig over aan in veel gevallen de bewindvoerder (die door de rechtbank wordt benoemd omdat te zorgen dat de budgethouder niet (verder) in financiële problemen komt) en de zorginstelling zelf.

Als advocaat heb ik al het mogelijke gedaan om deze zaken in de publiciteit te houden omdat ik er van overtuigd was dat de echte oplossing vanuit de politiek moest komen. En met de kamerbrief van staatssecretaris Van Rijn van 7 december 2015 werden de contouren van die oplossing voor de budgethouders zichtbaar.

Kortgezegd wordt de vordering van het zorgkantoor kwijtgescholden indien de budgethouder aantoont dat het budget te goeder trouw is besteed en de administratie van het PGB feitelijk door de zorgorganisatie en of een bewindvoerder is geregeld.

Voor de oud-cliënten van stichting Me Care betekent dit dat deze vrijwel allemaal van hun schuld af zijn wat een enorme opluchting betekent voor deze mensen en tegemoet komt aan het rechtvaardigheidsgevoel. Het zorgkantoor zal zich dan met hun vordering kunnen richten op de zorgaanbieder en of de bewindvoerder.

Wat betekent dit nu voor andere budgethouders die in hetzelfde schuitje zitten?
Mijns inziens kunnen ook deze budgethouders een beroep doen op de goede trouw regeling waaraan uiteraard wel de nodige haken en ogen zitten. Het is daarom belangrijk dat u u goed laat voorlichten voordat u een beroep doet op deze goeder trouw regeling en uiteraard voorzie ik u desgewenst graag van advies.

Mr E. Osinga
Advocaat